LEEFGEMEENSCHAP
EN HULPVERLENING
© copyright 1992, drs Gijs van den Brink
www.elim.nl/ned/lgs/hulpverlening.htm
PROFESSIONALISERING IN DE HULPVERLENING
Het welzijnswerk dat we nu kennen is een product van de verzorgingsstaat. Het
wordt voornamelijk bedreven door de overheid die zich garant stelt voor het
collectieve sociale welzijn van haar onderdanen.
Zo is welzijn een recht geworden.
En is het welzijnswerk uitgegroeid tot een bedrijfstak, die ong 15% van de
Nederlandse beroepsbevolking omvat. Deze professionalisering kan worden
omschreven als het streven om de hulpverlening te baseren op deskundigheid in
plaats van vrijwilligheid of liefdadigheid.
Enkele negatieve aspecten:
1. Hulpverlener is een beroep geworden. Hier
schuilt een enorm gevaar: Voor de professionele hulpverlener is het belangrijk
dat er cliënten zijn, zijn baan staat op het spel met alles wat daarbij hoort!
Denk bv eens aan de concurrentieslag tussen de diverse instellingen om subsidies
in de wacht te slepen!
2. Het bureaucratiseren van de instellingen.
Zo wordt het steeds moeilijker te weten wanneer je en waar je hulp kunt krijgen
en onder welke condities etc. Voor de hulpverleners is de plicht om te
rapporteren en te registreren zodanig dat het eigenlijke werk, het helpen van
mensen, erdoor in het gedrang kan komen.
3. De structurele ongelijkheid tussen hulpverlener en cliënt.
Er ontstaat heel snel afhankelijkheid. En er is weinig of geen plaats
voor wederkerigheid, zelfs niet in de vorm van geld, wat door de verzekering
wordt betaald.
GEMEENSCHAP EN HULPVERLENING IN DE EERSTE GEMEENTE
In eerste hfstn. Handelingen drie sleutelwoorden: getuigenis (marturia),
gemeenschap (koinonia) en dienstbetoon (diakonia), nauw verbonden.
* Dienen is zowel geestelijk als materieel, zowel met het Woord (6:4) als met
voedsel (6:2). In de eerste gemeente gingen Evangelie-verkondiging en praktisch
dienstbetoon hand in hand (Hand.6:1-10).
* Ook gemeenschap onlosmakelijk verbonden met verkondiging en diakonaat: `zij
die tot geloof gekomen waren, hadden alles gemeenschappelijk' (2:44; 4:32). `En
er was ook niet een behoeftig onder hen' (2:34). Chr. gemeenschap is een
gemeenschap waarin de noden van allen serieus worden genomen.
Hulpverlening was de vrucht van een gemeenschap die één was van hart en
ziel.
En dan gaat het niet alleen om individuele gelovigen van een plaatselijke
gemeente, maar om duizenden gelovigen in en om Jeruzalem, verspreid over naar we
mogen aannemen meer dan honderd huisgemeenten. Een netwerk van wederzijdse
liefde en hulp.
WAT IS ER GEBEURD TUSSEN TOEN EN NU?
De GEMEENSCHAP heeft plaatsgemaakt voor de ORGANISATIE.
Dit is de conclusie van de franse socioloog Emile Durkheim aan het einde van de
vorige eeuw. Wat er ten diepste veranderd is, is de manier waarop mensen met
elkaar omgaan.
Het duizende jaren oude grondpatroon van menselijk samenleven, de gemeenschap,
heeft plaats gemaakt voor een nieuw patroon, de organisatie.
De gemeenschap is een samenlevingsverband met vele aspecten, een verband dat de
mens meestal niet zelf heeft uitgekozen, maar waarvan je meestal door geboorte
lid bent, zoals het gezin, de stam, de buurt. Het is een leefgemeenschap waar
lief en leed wordt gedeeld. Zij wordt bijeengehouden door een gevoel van
saamhorigheid. Het voornaamste doel is het samenzijn zelf.
De organisatie is de tegenpool: een onpersoonlijke bewust geconstrueerde vorm
van samenwerking, in het leven geroepen om een bepaald doel te verwezenlijken.,bv.
een bedrijf, een universiteit etc. Uit eigen vrije wil treedt je toe en de duur
van het lidmaatschap is beperkt. Je bent er ook maar een deel van je tijd en met
een deel van je persoonlijkheid bij betrokken.
In onze maatschappij moet het type gemeenschap steeds meer wijken voor het type
organisatie. Dit betekent een verlies aan menselijke warmte en intimiteit.
In onze maatschappij is eenzaamheid misschien wel de belangrijkste oorzaak van
problemen geworden. Niet alleen alleenstaanden overkomt dit, maar ook het
moderne kerngezin kan behoorlijk geïsoleerd raken. Het kerngezin als plaats van
samenzijn en geborgenheid staat onder een enorme druk van de alsmaar oprukkende
organisatie structuren.
Daarom is de bijbelse boodschap van Hand 2 en 4 vandaag zo enorm actueel en zo van levensbelang om gepraktiseerd te worden. Een leefgemeenschap van christenen om de gemeenschapswaarden van het gezin te ondersteunen en te bewaren in deze vreselijk ingewikkelde en afstandelijke samenleving. Het is ook een leefverband vanwaaruit of waarin mensen geholpen kunnen worden op een persoonlijke en vrienschappelijke wijze. Zij is minder kwetsbaar dan een gezin, omdat zij uit meer leden bestaat. De draagkracht is groter, zodat er bv steeds iemand thuis kan zijn. Ook huisvesting is doorgaans eenvoudiger dan voor een enkel gezin.
MOGELIJKE VORMEN VAN HULPVERLENING IN LEEFGEMEENSCHAP
1. `Open huis zijn'.
* Toeleggen op bereikbaarheid, bv. door de afspraak dat er altijd iemand thuis
is voor gasten, 24 uur per dag en dat 365 dagen per jaar, incl. vakanties.
* Toeleggen op gastvrijheid: een goede buur zijn, mensen kunnen altijd op de
koffie of de thee komen.
2. Onderdak verlenen.
* Tijdelijk onderdak verlenen bij acute situaties van dakloosheid, bv. bij een
echtscheiding of jongeren die door een problematische thuissituatie er een
tijdje uit moeten.
3. Begeleiding
* Omgang met mensen die voor een tijdje of zelfs voorgoed in de gemeenschap
komen wonen, omdat ze niet zelfstandig kunnen wonen, maar dit mogelijk in de
toekomst wel willen. Bv. iemand die uit een inrichting of opvangcentrum komt of
iemand die door een conflictsituatie in het gezin of het werk in moeilijkheden
is gekomen.
* De begeleiding is gericht op de vorming van de persoonlijkheid, zodat men
leert evenwichtig te leven.
SPECIFIEKE LEEFGEMEENSCHAP BEGELEIDING
Situatie
De begeleiding vindt plaats binnen een woon-, werk- en leefverband, waar altijd
mensen aanwezig zijn. Dit maakt het mogelijk dat gasten goede relaties kunnen
opbouwen met vaste bewoners.
Rollen
Nadruk op gelijkwaardigheid en wederkerigheid.
Gelijkwaardig, bv. de gast stelt samen met de gast het doel vast van de hulp, er
is inspraak in het doel van de hulpverlening, bv. wel of niet interne
therapeutische gesprekken.
Er wordt gesproken over gasten en vaste bewoners. Het is minder stigmatiserend
om een tijd te gast te zijn in een leefgemeenschap dan het stigma `cliënt'
opgeplakt te krijgen.
Er wordt gezocht naar werkzaamheden, waarin de gast iets voor de leefgemeenschap
kan betekenen. Serieus werk, geen therapeutisch geknutsel. Dit geeft een stukje
wederkerigheid in de relatie tussen helper en geholpene. Dit geeft hem of haar
waardering, het zelfvertrouwen dat vaak ver weg is gaat weer groeien en men
leert opnieuw eigen mogelijkheden ontdekken.
Modelgedrag of voorbeeldfunctie
`Modelling' gebeurt ook in de therapeutische setting, m.n. mbt communicatieve
vaardigheden. Maar in de leefgemeenschap vindt dit plaats op alle terreinen van
het leven, 24 uur per dag. De leefgemeenschap laat gasten toe in hun gezamelijk
`privé leven'. Er is sprake van een voorleven in de breedste zin van het woord.
Dit is ook de bedoeling van God met de gemeente. Zo heeft Jezus zijn discipelen
het leven met de Vader voorgeleefd en bv Paulus zijn mederwerkers als Timotheüs
en Titus.
Afstand - nabijheid
In de maatschappelijk werk methodiek wordt een maximale toenadering voorgestaan,
maar met behoud van distantie. Distantie omdat het om een
hulpverleningsrelatie gaat met een functioneel karakter.
In de leefgemeenschap ligt alle nadruk op de nabijheid. Zo kan iemand die
in zijn leven geen goede relaties heeft gekend hier een andere wijze van omgang
meemaken. Door slechte ervaringen kan iemand een negatief zelfbeeld hebben
gekregen, wat weer gevolgen heeft voor het aangaan van nieuwe contacten. Deze
cirkel kan in de leefgemeenschap doorbroken worden, als iemand merkt dat anderen
werkelijk om hem of haar geven en de moeite waard vinden om mee om te gaan.
En de nabijheid blijft ook vaak nadat iemand het huis verlaten heeft. Als de
gast het huis verlaat betekent dit niet een abrubt einde van de relatie met de
vaste bewoners, zoals meestal in de professionele hulpverlening (waar sowieso
geen prive relatie mogelijk is). De leefgemeenschap blijft meestal als `open
huis' een veilige thuisbasis als de gast weinig of geen andere contacten heeft.
CONCLUSIE: DE HULPVERLENING ALS LEEFGEMEENSCHAP IS ...
1. Beperkt qua doelgroep.
Zij kan natuurlijk niet over de hele linie van de hulpverlening een alternatief
bieden. De professionele hulpverlening is niet meer weg te denken uit onze
maatschappij en dat is ook zeker niet wenselijk.
Maar de leefgemeenschap kan een vorm van hulp bieden, die aanvullend is, bv. een
nazorgfunctie in de vorm van begeleiding tot zelfstandigheid. Zij biedt een vorm
van hulp die tussen de gewone burenhulp en de betaalde hulpverlening inzit.
Een groot voordeel is dat een gezonde leefgemeenschap niet financieel
afhankelijk is van de hulpverlening. Het is liefdedienst. Bovendie is het een
goedkope manier van hulp, nl niet duurder dan de gewone woon- en leeflasten,
ongeveer 20 gulden per dag.
2. geheel anders qua vorm.
Geen systematische functionele relaties, maar door middel van persoonlijke relaties gericht op de totale mens.
Geen beroepsuitoefening, maar maakt deel uit van het dagelijks leven van een christen.
Geen tijdelijke projectmatige opvang, maar duurzame vriendenhulp, aangeboden als leefgemeenschap, d.w.z. als groot gezin.
Geen eenrichtingsverkeer in de hulp, maar gelijkwaardige samenleving en wederzijdse hulp.
Geen vervreemdende mammoetorganisatie, maar kleinschalige hulp als pure vriendendienst.
Het Vaderhart van God snakt naar het openbaar worden van deze gemeente, die
het lichaam van Christus is, niet alleen op zondag, maar 24 uur per dag en 365
dagen per jaar.
De hele schepping zucht en is in nood en wacht op het openbaar worden van de
kinderen Gods. Wachten wij gezapig op de wederkomst als de Heer alles definitief
komt rechtzetten, of zeggen wij ook nu: HEER HIER BEN IK, NEEM MIJ.