COMMUNE OVERLEEFT ZELFS
DE INDIVIDUALISERING
door Joke Korving,
i.h.Haagse Courant, 26-1-2001
Henk Minnema in de huiskamer van Emmaus Den Haag.
In Nederland bestaan honderden leefgemenschappen.
Hij werkt voor het
steunpunt dat adviseert en informeert.
(voormalige SLG is nu een Internet-infopunt 'Leefgemeenschappen.NL', beheerd door Fred Kusters, kanttekening webbeheer)
Leefgemeenschappen. Er blijken er in Nederland honderden van te
bestaan. Een jaar geleden is er zelfs een landelijk steunpunt voor
opgericht. Wie had dat ooit gedacht in een tijd waarin de
individualisering hoogtij viert.
Wat een leefgemeenschap precies inhoudt, vertelt Henk Minnema: "Mensen
wonen dan niet alleen metelkaar, ze leven ook samen. Soms wordt er zelfs
samengewerkt. Dat gebeurt vanuit een gezamenlijke filosofie of
grondgedachte. Het is dus een stap verder dan wonen; je wilt samen iets,
een bepaald doel nastreven bijvoorbeeld of een project".
Sinds vorig jaar is Minnema verbonden aan het. Steunpunt Leef Gemeenschappen (SLG), dat in Utrecht zetelt. Toen de vraag naar zo'n steunpunt kwam, bleek hij al snel de aangewezen persoon. Henk Minnema, die daarhaast in de gehandicaptenzorg werkt, kent de leefgemeenschap uit eigen ervaring. Hij zat ook in het landelijk bestuur van Emmaus, de beweging waarvoor de Franse priester Abbé Pierre de grote inspirator is geweest.
SPULLEN
Henk Minnema is deze ochtend op bezoek bij Emmaus Den Haag. Die heeft
tot ver buiten de Residentie een bekende naam. Emmaus haalt bijvoorbeeld
in Wijde omtrek afgedankte spullen op bij mensen thuis en verkoopt die tegen een
schappelijke prijs, Met de opbrengst onderhouden de bewoners zichzelf, maar
bijvoorbeeld ook alle gasten die bij hen 'aankloppen voor brood/bed en
luisterend oor'.
De zes Emmaus-Ieefgemeenschappen in Nederland werken vanuit een maatschappelijke bewogenheid, vertelt Minnema. De achtergronden van de andere zijn protestants, katholiek, evangelisch en het nieuwe tijdsdenken. "Die verschillenmaken. het steunpunt zo hoeiend", zegt hij.
Leefgemeenschap. Het lijkt alsof de jaren zestig herleven. "In die tijd zijn heel veel initiatieven ontstaan. Alleen werden leefgemeenschappen toen vaak communes genoemd", zegt Minnema, die indertijd zelf bij Emmaus in Langeweg woonde. "Er heerste een naïef soort idealisme. Later kwam de no-nonsense periode, verzakelijkte het meer. Het werd allemaal nuchterder en in sommige opzichten professioneler, misschien ook wel minder opgeklopt. De studentenbeweging bijvoorbeeld was heel fanatiek, soms op het tirannieke af als iets niet ideeël genoeg was. Men is tegenwoordig wat dichterbij de grond, zonder de aanvankelijke inspiratie ontrouw te zijn geworden".
Er bleek onder de leefgemeenschappen behoefte te zijn aan een
steunpunt. Dat werd in 1995 al duidelijk toen het boek 'Leefgemeenschappen
in Nederland' uitkwam, geschreven door Elisabeth Riphagen. Vijf
gemeenschappen namen later het initiatief, zoals de stichting Timon.
Minnema: "Die stichting houdt zich sterk bezig niet
jeugdhulpverlening. Er zijn zo'n zes woongroepen waar vooral jonge mensen
worden opgevangen. Timon heeft ook een arbeidstrainingscentrum".
Een ander die zich bij de SLG aansloot is het Groene Sticht, een project in
opbouw in Utrecht. "In de nieuwe wijk Leidse Rijn komt in hetzelfde
woonerf een leefgemeenschap voor mensen met een verstandelijke handicap en een
voor dak- en thuislozen. Vaak is er in een al bestaande wijk bezwaar tegen
zo'n project. Nu is het omgedraaid. Mensen die er willen gaan wonen,
weten van te voren dat er twee leefgemeenschappen zijn".
HUIS
Het steunpunt heeft zijn nut al bewezen. Zo bemiddelt SLG en geeft
daarnaast onder meer juridisch advies. "Mensen lopen tegen nogal wat
juridischeproblemen aan, bijvoorbeeld bij de aankoop van een huis. Na een
paar jaar kan een bewoner vertrekken. Moet je dan weer naar de notaris
? Je hebt daar een juridische constructie voor, maar dat moet je wel
weten. 'De Nederlandse regelgeving is gebaseerd op een gezin. Als
leefgemeenschap sta je apart van de maatschappij".
Het steunpunt wil ook deskundigheid bevorderen. Volgende maandbeginnen
daarom zogeheten intervisiegroepen. Aan de hand van een methode, die
gehanteerd wordt in onder meer de psychiatrie en de gehandicaptenzorg, kijken de
deelnemers naar problemen.
"Je kunt heel verschillend op iets reageren", zegt Minnema en
illustreert dat met een voorbeeld:
"Een schoenfabrikant stuurt twee verkopers naar een Afrikaans land om te kijken of er een afzetgebied is: De een komt terug en zegt 'vergeet het maar. Niemand draagt er schoenen'. De ander is enthousiast. Volgenshem ligt er juist een hele markt open. 'Want er is nog niemand die schoenen draagt'. Het gaat om de manier waarop je tegen iets aankijkt. Door dat soort dingen uit elkaar te halen bevorder je niet alleen de deskundigheid, je verdiept die ook".
Voor meer informatie is SLG op donderdag en vrijdag te bereiken.